Bij het Paralympisch wielrennen zijn de standaardregels van het wielrennen van toepassing.

Beschrijving

Bij het Paralympisch wielrennen zijn de standaardregels van het wielrennen van toepassing.

Net als bij het gewone wielrennen zijn er wedstrijden voor individuen en teams onderdelen met sprints, individuele achtervolgingen, de tijdrit op de baan en de wegwedstrijd en tijdrit op de weg. Afhankelijk van de fysieke beperking rijden de atleten op verschillende fietsen op verschillende onderdelen.

  • Atleten met een hersenverlamming rijden zowel op de weg als op de baan en gebruiken daarvoor een standaardfiets.
  • De atleten met evenwichtsstoornissen rijden op driewielers, en alleen op de weg.
  • Atleten met een visuele stoornis rijden op een tandem, zowel op baan als weg, met een voorrijder. Renners met amputaties of andere permanente fysieke handicaps komen uit op de weg en de baan, met standaard fietsen.
  • Atleten die aan een rolstoel gebonden zijn en die vanwege ernstig functieverlies in de benen geen gebruik kunnen maken van een standaardfiets of een driewieler, komen op de weg uit in met de hand aangedreven handbikes.

Op de Paralympische Spelen in 2008 bestond het wielerevenement uit 44 onderdelen. Dertig onderdelen zijn er voor de mannen, twaalf voor vrouwen en twee zijn gemengd. 21 onderdelen hebben plaats op de baan, 23 op de weg.