Zwemmers met een lichamelijke beperking worden ingedeeld via een functioneel classificatiesysteem.
De classificatie-indeling bestaat uit tien verschillende klassen en daarnaast verschillende klassen per zwemslag:
- voor de vrije-, de rug- en de vlinderslag loopt de indeling van S1 t/m S10
- voor de schoolslag loopt de indeling van SB1 t/m SB9
- voor de wisselslag loopt de indeling van SM1 t/m SM10
Hoe lager de klasse, hoe zwaarder de beperking. S1, SB1 en SM1 is de groep met de zwaarste beperking. S10, SB9 en SM10 is de groep met de lichtste beperking.
Voor de zwemmers met een visuele beperking worden de klassen S11 t/m S13 gebruikt. S11 is blind, S12 zeer slechtziend en S13 is slechtziend.
De volgende zwemonderdelen staan op het programma van de Paralympische Spelen:
- Vrije slag: 50m en 100m: S1-S10; 200m: S1-S5; 400m: S6-S10
- Rugslag: 50m: S1-S5; 100m: S6-S10
- Vlinderslag: 50m: S1-S7; 100m: S8-S10
- Schoolslag: 50m: SB1-SB3; 100m: S4-S9
- Wisselslag: 150m: SM1-SM4; 200m: SM5-SM10
- Estafette: 4x50m vrij en 4x50 wissel; 4x100 vrij en 4x100 wissel